Feestvierend ten ondergaan (2013)
One happy island….
Aruba is een “One happy island”, althans als wij huidige bestuurders mogen geloven. Er gaat geen dag voorbij of wij willen één of ander heugelijk feit vieren. En deze regering weet echt van feesten! Het aantal feesten, met of zonder aanleiding, dat wij de afgelopen drie en een half jaar hebben meegemaakt, hebben alle redelijke verwachtingen overtroffen. In financiële zin zouden onze macro-economische indicatoren en kredietwaardigheid ook beter zijn dan de gemiddelden in de regio. Redenen genoeg om gelukkig te zijn, toch? Wij moeten echter constateren dat er sprake is van een gevaarlijke trend in onze financiële situatie: een sterke en bovenmatige groei van onze schuldquote en staatsschuld.
Het is duidelijk dat de schuldcreatie van het Land niet in het tempo van de laatste drie (3) jaren mag doorgaan. Immers, de stijgende rentelasten verdringen alle andere nuttige overheidsuitgaven en beperken de beleids- en begrotingsruimte voor nieuw beleid. Tijd dus om stil te staan en ons te bezinnen over de financiële situatie van Aruba.
Is het moment aangebroken om het feestje af te bouwen? Waar ligt de grens of hebben wij die al overschreden? Gaan wij door met het feestvieren en de rekening doorschuiven naar de volgende generaties? Of gaan wij structureel ingrijpen en hervormingen doorvoeren om gezonde overheidsfinanciën te garanderen welke duurzame economische ontwikkeling zullen moeten waarborgen? Of gaan wij alle signalen van de macro economische indicatoren van het tekort en de schuld negeren en gewoon als “One Happy Island” feestvierend ten onder gaan?
Deze nota
Het is noodzakelijk dat we eerst inzicht krijgen in de financiele situatie voordat we verder kunnen gaan met het beantwoorden van de prangende vraag “wat nu”. In deze nota zijn de cijfers van de nota “Feestvierend ten onder gaan” van december 2012 aangepast naar aanleiding van de Annual Statistical Digest 2012 zoals gepubliceerd door de Centrale Bank van Aruba op 30 mei 2013. Wederom geven we een overzicht van de overheidsfinanciën over de jaren vanaf 2002 tot op heden. Zoals eerder vermeld hebben wij hierbij gebruik gemaakt van de cijfers van de Annual Statistical Digest 2012 gepubliceerd door de Centrale Bank van Aruba, en de scenario’s van de Bank zoals gepresenteerd aan de Staten in de Commissie Financiële en Economische Aangelegenheden in april, november van 2012 en mei 2013. Daarnaast worden ook enkele opmerkingen van het IMF aangehaald zoals gepresenteerd in haar Concluding Statements van 25 april 2013. Opmerkelijk is dat het rapport van het IMF nog niet openbaar is.
De informatie is verdeeld in de periodes 1995 tot en met 2001 (AVPregering), 2002 tot en met 2009 (MEP-regering) en van 2010 tot en met 2012 (AVP regering). Met deze onderverdeling krijgt men naast een beeld over de hele periode, ook inzicht in de verschillende regeringsperioden. Bij elke periode wordt stilgestaan bij de macro-economische indicatoren van het overheidstekort en de overheidschuld; daarnaast zal het gemiddelde voor deze periode worden weergeven. Zodoende kunnen we per regeringsperiode nagaan in welke mate onze overheidsfinanciën voldoen of hebben voldaan aan de internationale standaarden van hanteerbare overheidsfinanciën. Deze gemiddelde cijfers worden ook door internationale instellingen zoals IMF, Fitch Ratings en Standard and Poor’s gebruikt. Deze macro-economische indicatoren zullen aangeven in welke mate wij nog reden hebben om op ons “One Happy Island” feestvierend door te gaan.
De cijfers zijn uitgedrukt in miljoenen Arubaanse florins.
Cijfers per regeringsperiode
De volgende tabellen bevatten de cijfers van onze openbare financiën zoals die gepresenteerd zijn in de Annual Statistical Digest 2012 van de Centrale Bank van Aruba 1. Elke tabel geeft de regeringsperiode aan.
Aruba is een “One happy island”, althans als wij huidige bestuurders mogen geloven. Er gaat geen dag voorbij of wij willen één of ander heugelijk feit vieren. En deze regering weet echt van feesten! Het aantal feesten, met of zonder aanleiding, dat wij de afgelopen drie en een half jaar hebben meegemaakt, hebben alle redelijke verwachtingen overtroffen. In financiële zin zouden onze macro-economische indicatoren en kredietwaardigheid ook beter zijn dan de gemiddelden in de regio. Redenen genoeg om gelukkig te zijn, toch? Wij moeten echter constateren dat er sprake is van een gevaarlijke trend in onze financiële situatie: een sterke en bovenmatige groei van onze schuldquote en staatsschuld.
Het is duidelijk dat de schuldcreatie van het Land niet in het tempo van de laatste drie (3) jaren mag doorgaan. Immers, de stijgende rentelasten verdringen alle andere nuttige overheidsuitgaven en beperken de beleids- en begrotingsruimte voor nieuw beleid. Tijd dus om stil te staan en ons te bezinnen over de financiële situatie van Aruba.
Is het moment aangebroken om het feestje af te bouwen? Waar ligt de grens of hebben wij die al overschreden? Gaan wij door met het feestvieren en de rekening doorschuiven naar de volgende generaties? Of gaan wij structureel ingrijpen en hervormingen doorvoeren om gezonde overheidsfinanciën te garanderen welke duurzame economische ontwikkeling zullen moeten waarborgen? Of gaan wij alle signalen van de macro economische indicatoren van het tekort en de schuld negeren en gewoon als “One Happy Island” feestvierend ten onder gaan?
Deze nota
Het is noodzakelijk dat we eerst inzicht krijgen in de financiele situatie voordat we verder kunnen gaan met het beantwoorden van de prangende vraag “wat nu”. In deze nota zijn de cijfers van de nota “Feestvierend ten onder gaan” van december 2012 aangepast naar aanleiding van de Annual Statistical Digest 2012 zoals gepubliceerd door de Centrale Bank van Aruba op 30 mei 2013. Wederom geven we een overzicht van de overheidsfinanciën over de jaren vanaf 2002 tot op heden. Zoals eerder vermeld hebben wij hierbij gebruik gemaakt van de cijfers van de Annual Statistical Digest 2012 gepubliceerd door de Centrale Bank van Aruba, en de scenario’s van de Bank zoals gepresenteerd aan de Staten in de Commissie Financiële en Economische Aangelegenheden in april, november van 2012 en mei 2013. Daarnaast worden ook enkele opmerkingen van het IMF aangehaald zoals gepresenteerd in haar Concluding Statements van 25 april 2013. Opmerkelijk is dat het rapport van het IMF nog niet openbaar is.
De informatie is verdeeld in de periodes 1995 tot en met 2001 (AVPregering), 2002 tot en met 2009 (MEP-regering) en van 2010 tot en met 2012 (AVP regering). Met deze onderverdeling krijgt men naast een beeld over de hele periode, ook inzicht in de verschillende regeringsperioden. Bij elke periode wordt stilgestaan bij de macro-economische indicatoren van het overheidstekort en de overheidschuld; daarnaast zal het gemiddelde voor deze periode worden weergeven. Zodoende kunnen we per regeringsperiode nagaan in welke mate onze overheidsfinanciën voldoen of hebben voldaan aan de internationale standaarden van hanteerbare overheidsfinanciën. Deze gemiddelde cijfers worden ook door internationale instellingen zoals IMF, Fitch Ratings en Standard and Poor’s gebruikt. Deze macro-economische indicatoren zullen aangeven in welke mate wij nog reden hebben om op ons “One Happy Island” feestvierend door te gaan.
De cijfers zijn uitgedrukt in miljoenen Arubaanse florins.
Cijfers per regeringsperiode
De volgende tabellen bevatten de cijfers van onze openbare financiën zoals die gepresenteerd zijn in de Annual Statistical Digest 2012 van de Centrale Bank van Aruba 1. Elke tabel geeft de regeringsperiode aan.
Uit deze tabellen en cijfers blijkt dat ons land bijna elk jaar vanaf 1995 een tekort heeft gekend gezien het feit dat onze uitgaven de inkomsten structureel overtreffen. Dit tekort wordt van oudsheer aangevuld met leningen op de lokale of internationale kapitaalmarkt en zorgt ervoor dat we als land schulden opbouwen. De cijfers geven ook blijk dat onze staatsschuld door de jaren heen flink is gegroeid. We hebben als Land te maken met structurele financieringstekorten en ook met een structurele opbouw van schulden. Maar over dit financieringstekort en deze staatsschuld kunnen we alleen iets zinnigs zeggen wanneer we deze afzetten tegenover het nationaal inkomen. De zo ontstane macroeconomische indicatoren gezien in de licht van (internationale) normen voor hanteerbare overheidsfinanciën, geven aan hoe “gezond” onze overheidsfinanciën zijn.
Om een beeld te kunnen vormen hoe de openbare financiën van ons Land er per regeringsperiode voor stonden en staan in relatie met deze normen van hanteerbare overheidsfinanciën, wordt hierna een overzicht gegeven van de gemiddelde cijfers van het financieringsstekort en de schuld en hun relatie tot onze Gross Domestic Product (GDP). Aan de hand van deze financiële reeksen die ook door internationale instellingen zoals IMF, Fitch Ratings en Standard and Poor’s worden bestudeerd, kunnen we gezonde discussies aangaan en verantwoord nagaan in hoeverre we door kunnen gaan met het feesten en of er inderdaad reden genoeg is om dit feest af te lasten.
Financieringstekort
In Tabel 4 zijn de gemiddelde cijfers opgenomen van de gemiddelde financieringstekorten van ons Land per regeringsperiode.
Om een beeld te kunnen vormen hoe de openbare financiën van ons Land er per regeringsperiode voor stonden en staan in relatie met deze normen van hanteerbare overheidsfinanciën, wordt hierna een overzicht gegeven van de gemiddelde cijfers van het financieringsstekort en de schuld en hun relatie tot onze Gross Domestic Product (GDP). Aan de hand van deze financiële reeksen die ook door internationale instellingen zoals IMF, Fitch Ratings en Standard and Poor’s worden bestudeerd, kunnen we gezonde discussies aangaan en verantwoord nagaan in hoeverre we door kunnen gaan met het feesten en of er inderdaad reden genoeg is om dit feest af te lasten.
Financieringstekort
In Tabel 4 zijn de gemiddelde cijfers opgenomen van de gemiddelde financieringstekorten van ons Land per regeringsperiode.
Het gemiddelde financieringstekort van Aruba vanaf 1995 tot 2001 bedroeg 31.6 miljoen florin; in de daarop volgende periode was een groei te zien tot 85.3 miljoen florin. Echter, hetgeen zich in de jaren 2010, 2011 en 2012 heeft voorgedaan is alarmerend, het gemiddelde financieringstekort over de afgelopen drie jaren bedraagt 318,6 miljoen florins:
Opmerkelijk is dat het gemiddelde tekort in de laatste drie jaren, meer dan 5 maal hoger ligt dan wat we als Land hebben ervaren gedurende de 15 jaar tussen 1995 en 2009. Het moge duidelijk zijn dat de vervijfvoudiging van ‘s Lands huidig financieel tekort, het gevolg is van een drastische verlaging van de overheidsinkomsten, gecombineerd met een drastische verhoging van ‘s Lands operationele uitgaven. In de voorgaande jaren hebben we ook uitschieters gekend. Noemenswaardig is het tekort van 353.6 miljoen florin in 2004. Deze uitschieter was te wijten aan de herfinanciering van het Algemeen
Pensioenfonds Aruba (APFA) als gevolg van een tekort van 277 miljoen florin die door de wijzigingen in de berekeningsmethode van het pensioenvermogen in 2001 was ontstaan. De begroting voor 2004 toonde een financieringstekort van 121.8 miljoen florin en het verschil was rechtstreeks gerelateerd aan de schuld aan het APFA.
FINANCIAL DEFICIT/GDP
De verhouding Financial Deficit/GDP(%) geeft aan dat vanaf 1995 tot en met 2009 een financieel beleid is gevoerd conform verantwoorde normen voor het overheidstekort, welke een duurzame financiële ontwikkeling op lange termijn zou kunnen garanderen. Het gemiddelde percentage van de Financial Deficit/GDP voor deze periode bedroeg 1.6%, en ligt onder de 3%, welke norm in Europa als plafond wordt beschouwd voor een verantwoord beleid voor wat betreft de openbare financiën.
Voor de periode 2002-2009 is gemiddeld een verhoging van de Financial Deficit/GDP(%) indicator geconstateerd vergeleken met de periode 19952001. Deze verhoging is mede te wijten aan de risicofactoren die voorheen niet in de cijfers waren opgenomen daar zij pas in de periode 2002-2009 van kracht werden. Met name wordt hier verwezen naar de AZV-tekorten, de verhoging van de pensioenpremies, de gerechterlijke uitspraken i.v.m. garanties voor hotels en de race-track. Het overheidstekort werd weliswaar groter, doch deze is met een gemiddelde van 2% toch onder de 3% norm gebleven.
De afgelopen 3 jaar, in de periode 2010-2012, zien we alarmerende forse stijgingen in de Financial Deficit/GDP indicator: een gemiddelde van 7,1%, opgebouwd als volgt:
Met een gemiddeld financieringstekort van 7,1% slaan we het verkeerde pad op en drijven we heel ver weg van de 3% norm voor verantwoorde overheidsfinanciën. Deze macro-economische indicator geeft ons duidelijk aan dat het verschil tussen ‘s Lands inkomsten en –uitgaven groter is geworden en onze overheidsfinanciën een richting zijn ingeslagen welke heel gevaarlijk kan zijn, zoals het IMF in haar laatste Concluding Statements van 25 april 2013 naar voren brengt. Onder punt 6 van voornoemde Statements wordt vermeld “In the medium term, Aruba will need ambitious and steadfast fiscal consolidation. Without additional measures, the central government’s fiscal deficits will remain elevated in the medium term risking public debt reaching unsustainable levels.” Verder stelt het IMF “The mission recommends a consolidation of at least 8 percent of GDP to reach a small fiscal surplus and bring debt down to below 60 percent of GDP by 2018.” De situatie in de afgelopen 3 jaren wijst op een tendens van structurele aard terwijl er geen noemenswaardige oplossingen zijn aangekondigd, noch middels inkomstenverhoging, noch middels verlaging van de uitgaven, welke dit percentage zou kunnen terugbrengen naar een verantwoorde financiële norm.
De Financial Deficit/GDP(%) indicator laat zien dat we reden hebben om te overwegen het feest niet langer op deze wijze zijn gang te laten gaan. We voldoen niet aan de verantwoorde 3% norm en zoals het er naar uitziet zullen we voorlopig ook niet aan deze norm kunnen voldoen.
In tabel 5 wordt de verhouding financieringstekort vs GDP van Aruba en enige Europese landen ter vergelijking gepresenteerd.
- 2010: 188,6 miljoen
- 2011: 325,2 miljoen
- 2012: 442,1 miljoen
Opmerkelijk is dat het gemiddelde tekort in de laatste drie jaren, meer dan 5 maal hoger ligt dan wat we als Land hebben ervaren gedurende de 15 jaar tussen 1995 en 2009. Het moge duidelijk zijn dat de vervijfvoudiging van ‘s Lands huidig financieel tekort, het gevolg is van een drastische verlaging van de overheidsinkomsten, gecombineerd met een drastische verhoging van ‘s Lands operationele uitgaven. In de voorgaande jaren hebben we ook uitschieters gekend. Noemenswaardig is het tekort van 353.6 miljoen florin in 2004. Deze uitschieter was te wijten aan de herfinanciering van het Algemeen
Pensioenfonds Aruba (APFA) als gevolg van een tekort van 277 miljoen florin die door de wijzigingen in de berekeningsmethode van het pensioenvermogen in 2001 was ontstaan. De begroting voor 2004 toonde een financieringstekort van 121.8 miljoen florin en het verschil was rechtstreeks gerelateerd aan de schuld aan het APFA.
FINANCIAL DEFICIT/GDP
De verhouding Financial Deficit/GDP(%) geeft aan dat vanaf 1995 tot en met 2009 een financieel beleid is gevoerd conform verantwoorde normen voor het overheidstekort, welke een duurzame financiële ontwikkeling op lange termijn zou kunnen garanderen. Het gemiddelde percentage van de Financial Deficit/GDP voor deze periode bedroeg 1.6%, en ligt onder de 3%, welke norm in Europa als plafond wordt beschouwd voor een verantwoord beleid voor wat betreft de openbare financiën.
Voor de periode 2002-2009 is gemiddeld een verhoging van de Financial Deficit/GDP(%) indicator geconstateerd vergeleken met de periode 19952001. Deze verhoging is mede te wijten aan de risicofactoren die voorheen niet in de cijfers waren opgenomen daar zij pas in de periode 2002-2009 van kracht werden. Met name wordt hier verwezen naar de AZV-tekorten, de verhoging van de pensioenpremies, de gerechterlijke uitspraken i.v.m. garanties voor hotels en de race-track. Het overheidstekort werd weliswaar groter, doch deze is met een gemiddelde van 2% toch onder de 3% norm gebleven.
De afgelopen 3 jaar, in de periode 2010-2012, zien we alarmerende forse stijgingen in de Financial Deficit/GDP indicator: een gemiddelde van 7,1%, opgebouwd als volgt:
- 2010: 188,6 miljoen – 4,4%
- 2011: 325,2 miljoen – 7,1%
- 2012: 442,1 miljoen – 9,7%
Met een gemiddeld financieringstekort van 7,1% slaan we het verkeerde pad op en drijven we heel ver weg van de 3% norm voor verantwoorde overheidsfinanciën. Deze macro-economische indicator geeft ons duidelijk aan dat het verschil tussen ‘s Lands inkomsten en –uitgaven groter is geworden en onze overheidsfinanciën een richting zijn ingeslagen welke heel gevaarlijk kan zijn, zoals het IMF in haar laatste Concluding Statements van 25 april 2013 naar voren brengt. Onder punt 6 van voornoemde Statements wordt vermeld “In the medium term, Aruba will need ambitious and steadfast fiscal consolidation. Without additional measures, the central government’s fiscal deficits will remain elevated in the medium term risking public debt reaching unsustainable levels.” Verder stelt het IMF “The mission recommends a consolidation of at least 8 percent of GDP to reach a small fiscal surplus and bring debt down to below 60 percent of GDP by 2018.” De situatie in de afgelopen 3 jaren wijst op een tendens van structurele aard terwijl er geen noemenswaardige oplossingen zijn aangekondigd, noch middels inkomstenverhoging, noch middels verlaging van de uitgaven, welke dit percentage zou kunnen terugbrengen naar een verantwoorde financiële norm.
De Financial Deficit/GDP(%) indicator laat zien dat we reden hebben om te overwegen het feest niet langer op deze wijze zijn gang te laten gaan. We voldoen niet aan de verantwoorde 3% norm en zoals het er naar uitziet zullen we voorlopig ook niet aan deze norm kunnen voldoen.
In tabel 5 wordt de verhouding financieringstekort vs GDP van Aruba en enige Europese landen ter vergelijking gepresenteerd.
Schuldquote
Over de jaren heen hebben we als Land schulden gemaakt. Aan het einde van 2001 telde ons land een schuld van 1,5 miljard. Tijdens de MEP regering groeide onze staatsschuld in 8 jaar met ongeveer 700 miljoen florin en stond onze schuld op 2,2 miljard aan het einde van 2009. In de afgelopen 3 jaren steeg onze staatsschuld fors met zo’n 900 miljoen en aan het einde van 2012 bedroeg onze staatsschuld 3,1 miljard. Hierbij is nog geen rekening gehouden met verplichtingen die “off balance” worden beschouwd, zoals de vele PPS-projecten3.
Over de jaren heen hebben we als Land schulden gemaakt. Aan het einde van 2001 telde ons land een schuld van 1,5 miljard. Tijdens de MEP regering groeide onze staatsschuld in 8 jaar met ongeveer 700 miljoen florin en stond onze schuld op 2,2 miljard aan het einde van 2009. In de afgelopen 3 jaren steeg onze staatsschuld fors met zo’n 900 miljoen en aan het einde van 2012 bedroeg onze staatsschuld 3,1 miljard. Hierbij is nog geen rekening gehouden met verplichtingen die “off balance” worden beschouwd, zoals de vele PPS-projecten3.
Zoals eerder vermeld kunnen we pas iets zinnigs over onze staatsschuld zeggen als we deze afzetten tegen onze GDP. Op deze manier krijgen we de Outstanding debt/GDP indicator die ons aangeeft in hoeverre onze inkomsten als land bezwaard zijn met een schuld, onze schuldquote.
OUTSTANDING DEBT/GDP
Internationale en lokale experts wijzen er sinds jaren op dat een land zoals Aruba, met in feite slechts één economische pijler, moet streven naar een schuld van maximaal 40% t.o.v. ons GDP om zo een draagbare overheidsfinanciën te kunnen voeren.4 Dat was dan ook de ‘benchmark’ waar de voormalige MEP-regering naar streefde.
Uit tabel 6 blijkt dat in de periode 1995-2009 het gemiddelde van de staatsschuld t.o.v. de GDP 45.7% was, verdeeld als volgt: periode 19952001: 46.2%, periode 2002-2009: 45.2%. De cijfers geven thans voor de periode 2010-2012 een gemiddelde verhoging aan van 16.3%-punten naar 61.5% t.o.v. de periode 2002-2009. Dus zijn we heel ver van de 40% norm die in deze gehanteerd zou moeten worden.
De laatste cijfers van de Bank wijzen op een schuldquote voor 2010 van 56 % 2011 van 61,2% 2012 van 67,2%
Zo kunnen we constateren dat onze schuldquota ons ook geen reden geeft om door te feesten. Samen met het financieringstekort, geeft de schulquote ons een duidelijk signaal dat wij al bezig zijn om feestvierend ten onder te gaan.
Signalen van de Bank
De Bank heeft ons, aan de hand van haar scenario’s van april en november 2012, en laatst in mei 2013 erop gewezen dat het feest niet langer kan doorgaan, want het financieringstekort en de schuldenquote zullen nog hoger uitvallen in de komende jaren. In haar woorden concludeert de Bank in haar laatste analyse:
Alweer wordt door de Bank geconstateerd dat de overheidsschuld zal blijven groeien indien wij op deze wijze blijven feestvieren. De schuldquote zal in 2016 80% bereiken als er niet meteen actie wordt ondernomen, aldus de Centrale Bank. En indien men doorgaat met de uitvoering van de ambitieuze PPS projecten, zal deze schuldquote nog hoger komen te liggen. Dus we zijn gewaarschuwd!
En nu?
De macro-economische indicatoren, de Financial Deficit/GDP indicator en de Outstanding debt/GDP indicator, samen met de analyses van de Bank geven ons een duidelijk signaal dat we niet langer op deze wijze kunnen blijven feestvieren, anders gaan we feestvierend ten onder. Onze overheidsfinanciën voldoen niet aan de normen van hanteerbare overheidsfinanciën, zo staan we gedurende de laatste drie (3) jaren met een gemiddeld financieringstekort afgezet tegen onze GDP op 7.1% (2012 9,7%), ver van de 3% norm voor een verantwoorde overheidsfinanciën en staat de schuldquote gedurende de laatste drie (3) jaren gemiddeld op 61,5% (2012 67,2%), mijlen ver van de 40% norm die internationale en lokale experts voor Aruba hebben bepaald. Dan komt er nog bij dat de Bank ons in haar scenario van mei 2013, waarschuwt voor nog hogere financieringstekorten en schulden in de toekomst indien het financieel beleid niet wordt omgedraaid. Of de overheidsinkomsten nemen toe, of de overheidsuitgaven nemen af om algemeen aanvaarde begrotingsnormen te realiseren, en om deze ontwikkeling van structureel hogere uitgaven en dientengevolge permanent begrotingstekort een halt toe te roepen. Tot op heden is er, voor zover bekend, geen concreet plan op tafel om dit doel te bereiken. In onze visie dient dit planmatig en geleidelijk te worden aangepakt, want anders zal de financiële situatie op korte termijn uitlopen in een zeer snelle groei van de schulden van het Land Aruba, zoals in feite al door het IMF is geconstateerd en gepubliceerd in haar rapport van oktober 2010, en herhaald in haar Concluding Statements van april 2013. Ten overvloede wordt opgemerkt dat wij het wel vreemd vinden dat het rapport naar aanleiding van het bezoek van de IMF in april 2013 nog niet openbaar is. Naar ons weten zou het rapport al gereed dienen te zijn. In het kader van transparantie en gezonde discussies over de Arubaanse overheidsfinanciën zal genoemd rapport zeker een grote bijdrage kunnen leveren.
Aan het begin van deze Kabinetsperiode Eman in 2009 trof dit Kabinet een houdbare financiële situatie aan, met duidelijke en realistische ‘benchmarks’, op weg naar een gezonde overheidsfinanciën. Dit kabinet heeft deze ontwikkeling verlaten, en heeft aangekondigd zelf met ‘benchmarks’ te zullen komen. Die zijn er, na 3 jaren, nog niet. De enige bedoeling lijkt wel te zijn om het feest niet te verpesten. Het is nu duidelijk dat de financiële cijfers, in tegenstelling tot vroeger, niet binnen de normen verkeren welke een land in staat stellen een gezond beleid te garanderen op middellange en lange termijn. De huidige situatie is niet rooskleurig. Ingrijpend bijsturen lijkt onvermijdelijk, aldus de Centrale Bank en het IMF. Om houdbare overheidsfinanciën te bewerkstelligen is het cruciaal dat het verschil tussen uitgaven en inkomsten, van een aanzienlijk tekort op den duur naar een overschot wordt omgebogen. Dit vergt het maken van duidelijke keuzes op korte termijn.
Tot slot
We hopen met deze nota wederom een beter inzicht te hebben kunnen geven in de huidige financiële situatie van Aruba, afgezet tegen betere tijden. Er is uiteraard meer informatie die in deze nota opgenomen had kunnen worden, maar we hebben bewust gekozen om deze nu niet op te nemen, om te voorkomen dat men in het moeilijk begaanbare bos van de overheidsfinanciën verdwaalt.
Laten we deze nota gebruiken om de broodnodige discussie over overheidsfinanciën aan te wakkeren. Laten we ons nu eens samen gaan bezinnen over de vraag hoe we verder door moeten gaan. In ieder geval is er reden genoeg om het feest van het zittende Kabinet af te lasten.
Doen we dat niet, dan gaan we zeker feestvierend ten onder, en dat verdient het Arubaanse volk niet!.
Movimiento Electoral di Pueblo (MEP)
OUTSTANDING DEBT/GDP
Internationale en lokale experts wijzen er sinds jaren op dat een land zoals Aruba, met in feite slechts één economische pijler, moet streven naar een schuld van maximaal 40% t.o.v. ons GDP om zo een draagbare overheidsfinanciën te kunnen voeren.4 Dat was dan ook de ‘benchmark’ waar de voormalige MEP-regering naar streefde.
Uit tabel 6 blijkt dat in de periode 1995-2009 het gemiddelde van de staatsschuld t.o.v. de GDP 45.7% was, verdeeld als volgt: periode 19952001: 46.2%, periode 2002-2009: 45.2%. De cijfers geven thans voor de periode 2010-2012 een gemiddelde verhoging aan van 16.3%-punten naar 61.5% t.o.v. de periode 2002-2009. Dus zijn we heel ver van de 40% norm die in deze gehanteerd zou moeten worden.
De laatste cijfers van de Bank wijzen op een schuldquote voor 2010 van 56 % 2011 van 61,2% 2012 van 67,2%
Zo kunnen we constateren dat onze schuldquota ons ook geen reden geeft om door te feesten. Samen met het financieringstekort, geeft de schulquote ons een duidelijk signaal dat wij al bezig zijn om feestvierend ten onder te gaan.
Signalen van de Bank
De Bank heeft ons, aan de hand van haar scenario’s van april en november 2012, en laatst in mei 2013 erop gewezen dat het feest niet langer kan doorgaan, want het financieringstekort en de schuldenquote zullen nog hoger uitvallen in de komende jaren. In haar woorden concludeert de Bank in haar laatste analyse:
- The presented scenario for 2013-2016, which reflects unchanged policies, shows potentially high deficits (between 4.3 percent and 6.5 percent).
- This scenario clearly shows the need for further fiscal consolidation to put public finances on a sustainable path on a medium or long term. Without additional measures, the government debt may continue to rise to close to 80 percent in the future.
- Without offsetting measures (cost reduction and/or income increasing measures), the payments for the PPP projects may result in higher deficits than currently estimated.
- Moreover, potential AZV and AOV shortfalls could worsen government finances further.
- Also, in case the recovery plan of APFA does not materialize as projected, the GOA may need to put additional funds to remain on the recovery path agreed upon.
Alweer wordt door de Bank geconstateerd dat de overheidsschuld zal blijven groeien indien wij op deze wijze blijven feestvieren. De schuldquote zal in 2016 80% bereiken als er niet meteen actie wordt ondernomen, aldus de Centrale Bank. En indien men doorgaat met de uitvoering van de ambitieuze PPS projecten, zal deze schuldquote nog hoger komen te liggen. Dus we zijn gewaarschuwd!
En nu?
De macro-economische indicatoren, de Financial Deficit/GDP indicator en de Outstanding debt/GDP indicator, samen met de analyses van de Bank geven ons een duidelijk signaal dat we niet langer op deze wijze kunnen blijven feestvieren, anders gaan we feestvierend ten onder. Onze overheidsfinanciën voldoen niet aan de normen van hanteerbare overheidsfinanciën, zo staan we gedurende de laatste drie (3) jaren met een gemiddeld financieringstekort afgezet tegen onze GDP op 7.1% (2012 9,7%), ver van de 3% norm voor een verantwoorde overheidsfinanciën en staat de schuldquote gedurende de laatste drie (3) jaren gemiddeld op 61,5% (2012 67,2%), mijlen ver van de 40% norm die internationale en lokale experts voor Aruba hebben bepaald. Dan komt er nog bij dat de Bank ons in haar scenario van mei 2013, waarschuwt voor nog hogere financieringstekorten en schulden in de toekomst indien het financieel beleid niet wordt omgedraaid. Of de overheidsinkomsten nemen toe, of de overheidsuitgaven nemen af om algemeen aanvaarde begrotingsnormen te realiseren, en om deze ontwikkeling van structureel hogere uitgaven en dientengevolge permanent begrotingstekort een halt toe te roepen. Tot op heden is er, voor zover bekend, geen concreet plan op tafel om dit doel te bereiken. In onze visie dient dit planmatig en geleidelijk te worden aangepakt, want anders zal de financiële situatie op korte termijn uitlopen in een zeer snelle groei van de schulden van het Land Aruba, zoals in feite al door het IMF is geconstateerd en gepubliceerd in haar rapport van oktober 2010, en herhaald in haar Concluding Statements van april 2013. Ten overvloede wordt opgemerkt dat wij het wel vreemd vinden dat het rapport naar aanleiding van het bezoek van de IMF in april 2013 nog niet openbaar is. Naar ons weten zou het rapport al gereed dienen te zijn. In het kader van transparantie en gezonde discussies over de Arubaanse overheidsfinanciën zal genoemd rapport zeker een grote bijdrage kunnen leveren.
Aan het begin van deze Kabinetsperiode Eman in 2009 trof dit Kabinet een houdbare financiële situatie aan, met duidelijke en realistische ‘benchmarks’, op weg naar een gezonde overheidsfinanciën. Dit kabinet heeft deze ontwikkeling verlaten, en heeft aangekondigd zelf met ‘benchmarks’ te zullen komen. Die zijn er, na 3 jaren, nog niet. De enige bedoeling lijkt wel te zijn om het feest niet te verpesten. Het is nu duidelijk dat de financiële cijfers, in tegenstelling tot vroeger, niet binnen de normen verkeren welke een land in staat stellen een gezond beleid te garanderen op middellange en lange termijn. De huidige situatie is niet rooskleurig. Ingrijpend bijsturen lijkt onvermijdelijk, aldus de Centrale Bank en het IMF. Om houdbare overheidsfinanciën te bewerkstelligen is het cruciaal dat het verschil tussen uitgaven en inkomsten, van een aanzienlijk tekort op den duur naar een overschot wordt omgebogen. Dit vergt het maken van duidelijke keuzes op korte termijn.
Tot slot
We hopen met deze nota wederom een beter inzicht te hebben kunnen geven in de huidige financiële situatie van Aruba, afgezet tegen betere tijden. Er is uiteraard meer informatie die in deze nota opgenomen had kunnen worden, maar we hebben bewust gekozen om deze nu niet op te nemen, om te voorkomen dat men in het moeilijk begaanbare bos van de overheidsfinanciën verdwaalt.
Laten we deze nota gebruiken om de broodnodige discussie over overheidsfinanciën aan te wakkeren. Laten we ons nu eens samen gaan bezinnen over de vraag hoe we verder door moeten gaan. In ieder geval is er reden genoeg om het feest van het zittende Kabinet af te lasten.
Doen we dat niet, dan gaan we zeker feestvierend ten onder, en dat verdient het Arubaanse volk niet!.
Movimiento Electoral di Pueblo (MEP)